Zeven manieren om een rivier over te steken

Toneelstuk van Lodewijk de Boer
13 mei 1994

Zeven manieren om een rivier over te steken is een legpuzzel waar enkele stukken aan ontbreken. De verschillende verhalen die zich in verschillende tijden door het stuk heen slingeren, hebben geen begin en geen eind. Op onverwachte momenten raken deze verhalen elkaar, zonder dat dit op het relationele vlak verhelderend werkt.
Zoals de dromer wakker wordt, rechtop in zijn bed, zich zijn ‘droom’ herinnert, op een of andere manier de touwtjes aan elkaar probeert te knopen en daarmee het wezen van zijn droom geweld aandoet, zo probeer ik iedere ‘verklaring’ van deze ‘droom’ buiten de deur te houden. Ik probeer de droom te laten zien zoals hij gedroomd wordt.
Op het moment dat scènes uit het stuk uit de schaduw dreigen te treden, gaat het licht uit.
Op het moment dat de personages dicht bij de verklaring van hun handelen komen, treedt een plotselinge amnesie op. Op het moment dat iemand zich iets ‘herinnert’, is hij het alweer vergeten.
De droom blijft zichzelf en wordt niet wakker.
Toch is het mogelijk in deze stroom van ‘beelden’ de verschillende ‘verhalen’ te onderscheiden.
Daar is het verhaal van LICHIN op zoek naar haar verloren geliefde HENOCH.
Het verhaal van SCHARKA, die HENOCH gevangen neemt en hem, voor ze hem op het rad ter dood brengt, dwingt bij haar een kind te verwekken en de geboorte van dat kind in zijn doodstrijd te aanschouwen.
Het verhaal van TIAMAT, die door verkrachting gedwongen wordt het leven aan een kind te schenken (TIAMAT is waarschijnlijk een ‘omkering’ van SCHARKA).
Het op twee verschillende manieren afgedwongen kind treedt op twee verschillende manieren op: Als LILITH én als de pop van TIAMAT, waarvan de één een miniatuur van de andere is.
Het verhaal van HAL en TAR, altijd op de vlucht voor een dreigende buitenwereld. Op hun vlucht raken zij steeds weer verzeild in de andere verhalen en spelen er een relativerende, surrealistische rol in.
Het verhaal van MARDUK, de kermisgast, die misscchien wel de dromer zelf is, maar dan de dromer die nooit ontwaakt. De dromer die de personages om zich heen verzamelt, iets van hun identiteit laat zien en ze dan voorgaat in een vreemd kermisachtig pandemonium.
Ik heb geprobeerd met dit scenario voor acteurs iets te laten zien van het zwarte archaïsche onderbewustzijn. Het gevaarlijke gebied van de droom zelf.

LODEWIJK DE BOER

Spel:
Andrea Bergs
Joke Emmelot
Lidy Vos
Ben Hartemink
Leo Kolkman
Danny Ribbink
Jeanne Veenhuizen

Regie: 
Norbert Busschers

foto’s


Ik zal een vlinder voor je vangen

– de lachende maagd –

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *